Dominantie

Wat is dominantie

In 1954 merkte Professor Dr. Niko Tinbergen op dat dominantie een moeilijk hanteerbaar begrip is. Alles wat we observeren is het resultaat van heel veel dingen die invloed hebben op gedrag. Niet alleen het individuele karakter en de genen maar ook de opvoeding en de omgeving spelen hierin een grote rol. Een omgeving en een situatie veranderen doorlopend. Dit betekent dat ook de onderlinge relaties doorlopend veranderen. Des te flexibeler moeten individuen zich in hun relatie steeds opnieuw aan elkaar aanpassen.

Hierdoor is er een doorlopende wisseling van posities, deze posities liggen nooit vast.

In het dominantiemodel van de Roedelmethode bestaat het sociale welzijn van de individuen uit wederzijdse afhankelijkheid. Hierbij worden persoonlijke capaciteiten van elk individu (h)erkend. Die persoonlijke capaciteit wordt ingezet voor het welzijn van alle leden van de sociale groep.

In de hondenwereld is de koppeling van dominantie en “overheersen door agressie en geweld” als “het dominantiemodel” een zeer algemene, hardnekkige aanname en interpretatie geworden.


Dieren in gevangenschap

‘Het dominantiemodel’ werd ontwikkeld na observaties van wolven in gevangenschap in dierentuinen, een niet variërende omgeving en een nauwelijks variërende situatie. Flexibiliteit, goed teamwerk en een goede taakverdeling, waarbij gebruik wordt gemaakt van elkaars specifieke capaciteiten, is in die omgeving en situatie geen echte noodzaak meer.In dit lineaire hiërarchische model is niet of nauwelijks sprake van wisselingen in sociale posities en verhoudingen. Wanneer er wel positiewisselingen plaatsvinden, gebeurt dat zoals in een hiërarchisch systeem past; via conflicten die van bovenaf naar beneden toe doorwerken.


Dieren in het wild

Voor dieren in het wild zou een dergelijk hiërarchisch dominantiemodel in de dagelijkse praktijk bepaald niet handig zijn!

Zij zijn juist erg aangewezen op elkaars capaciteiten, waarbij samenwerking en een goede taakverdeling hard nodig zijn om als individu en als groep te kunnen overleven. Daardoor variëren de onderlinge sociale relatie vaak snel en efficiënt. Er is respect en erkenning voor elkaars individuele capaciteiten, die ingezet worden ten behoeve van de hele sociale groep; soms heeft de een de leiding en soms de ander. Het gaat om het eigen en elkaars welzijn.

Strijd en geweld worden in deze rangordebepalingen juist zoveel mogelijk vermeden!

 

Visie op het dominantiemodel

Het lineaire hiërarchische dominantiemodel (zoals hierboven beschreven bij dieren in gevangenschap) voldoet niet aan wat de Roedelmethode verstaat onder ‘natuurlijke opvoeden’ en gaat uit van een ander dominantiemodel:

In het dominantiemodel van De Roedelmethode bestaat het sociale welzijn van de uit wederzijdse afhankelijkheid. Hierbij worden de persoonlijke capaciteiten van elk individu (h)erkend. De persoonlijke capaciteit wordt ingezet voor het welzijn van alle leden van de sociale groep.

De Roedelmethode gaat in det dominantiemodel nog een stap verder; waardoor is dit sociale dominantiemodel eigenlijk mogelijk?

In de opvoeding (in het nest) worden de finesses van de (soorteigen) taal geleerd, eigen omgangsvormen, eigen normen en waarden en eigen cultuur. Dit met alle groepen en soorteigen rituelen en tradities. Zowel mensen als dieren leren op deze manier te praten en te overleggen met anderen. Voor elk mens en dier is het de basisschool van het leven, ter voorbereiding op “later als je groot bent” om acceptabele en geaccepteerde leden van de groep of mensenmaatschappij te kunnen worden.

De Roedelmethode gaat uit van wederzijdse afhankelijkheid in de sociale verhoudingen binnen een groep. Zoals een goede werkgever afhankelijk is van zijn werkgever. Dat wil zeggen dat de werkgever niet alleen verantwoordelijkheid heeft voor zichzelf maar zeker ook voor zijn werknemers. Dominantie en rangorde betekenen leiding kunnen geven, de bereidheid geleid te worden en leiding te kunnen overdragen, zonder dat dit tot conflicten en confrontatie leidt.De goede leider weet ook wanneer hij de leiding af moet staan en leiding moet accepteren, als de groep hiermee gediend is.

De rangorde;  ranghoger of ranglager zijn is inwisselbaar en overdraagbaar, al naar gelang en zo lang de omgeving en situatie dat verlangen.

Voorwaarde is dat ieder individu daar binnen zijn eigen mogelijkheden zijn bijdrage aan levert. En dat ieder individu zich daar prettig bij voelt.


De Roedelmethode in de dagelijkse praktijk

In de roedeloptiek is de behoefte om sociale relaties aan te gaan met anderen het allerbelangrijkste. De wederzijdse afhankelijkheid, sociale communicatie, de onderhandelingen, het doorlopende gesprek tussen baas en handzijn hierin essentieel. Door de opvoeding en “onderhandelingen” tussen baas en hond over de sociale posities kunnen zij een sociale vertrouwensrelatie opbouwen.

Onze hond leeft in onze mensenmaatschappij zodat mensen zeker in de aanvang van de opvoeding en de opbouw van de sociale relatie met de hond de meeste verantwoordelijkheden en taken op zich zal moeten nemen.

Mensen zijn verantwoordelijk voor het welzijn van hun hond, de baas zal moeten bepalen welke taken er wel (of niet) door de hond overgenomen kunnen worden en wanneer.

De wisseling van taken en van sociale posities tussen baas en hond vindt de dagelijkse omgang meestal heel onopgemerkte en onbewust plaats. Steeds opnieuw worden rangordeposities en verantwoordelijkheden verlegd, op basis van een sociale vertrouwensrelatie. Die relatie wordt opgebouwd tijdens de opvoeding en de ‘onderhandelingen’ tussen baas en hond over de sociale posities, waarbij de baas in aanvang de meeste taken en verantwoordelijkheden zal hebben.


De baas is afhankelijk van de hond of deze het huis wel of niet zal bevuilen. Een hond die zindelijk is, is bereid om zijn blaas en darmen in huis onder controle te houden in het belang van de baas. De baas laat de hond uit om zich te kunnen ‘ontlasten’, in het belang van de hond. De hond is daarin afhankelijk van zijn baas.

Als de baas thuis is, heeft hij een beschermende taak, maar als hij weg is zal de hond die taak overnemen tot de baas weer thuis is.

Altijd is er sprake van wederzijdse afhankelijkheid en allerlei vormen van samenwerking, wisselingen in rangordeposities, zonder strijd of geweld, waarbij iedereen zich prettig en veilig kan voelen.

Omdat zowel de baas als de hond een sociale vertrouwensrelatie wil opbouwen is van strijd of (fysiek) geweld geen sprake.


Het grote taalverschil blijkt een flinke struikelblok, waardoor de onderhandelingen over de samenwerking en taakverdelingen tussen baas en hond erg gemakkelijk kunnen mislukken. In dat geval kan de hond bepaalde posities en verantwoordelijkheden krijgen, die hij vanuit zijn eigen perspectief zeer legitiem vervult!


Uitspraak van beroemd Eco filosoof. Le Roy (2012 overleden)

“De mens moet de natuur niet overheersen maar ermee leren samenwerken”


Uitspraak van  Darwin

“de dominante is niet de sterkste maar degene die zich het beste kan aanpassen en samenwerken”

Dat is wat deze 2 grote denkers en onderzoekers zeggen en ook de kern van honden opvoeden via het sociaal leren bevestigd.
Nooit verkeerd om daar even bij stil te staan